Toespraak van Frans Budé, Maastrichtse schrijver/dichter en vriend van Angela de Vrede, uitgesproken bij de opening van de expositie ‘Natuur-Talent’ in het Kunsthuis ‘Artistiek Meerssen’ op zondag 8 februari 2026.
Angela de Vrede was iemand die in beelden dacht.
‘Kijken is tekenen voordat je gaat tekenen,’ was haar moto als illustrator en beeldend kunstenaar, ‘het is een spelletje met je hersens,’ vulde ze later aan, ‘wat zie je precies, welke schaduw heeft het, welke weerkaatsing.’ Illusie, verbeeldingskracht, daar gaat het bij haar om, de werkelijkheid lichtjes parafraseren. Het leidde tot een omvangrijk en fascinerend oeuvre.
Kijken we terug op haar werkzame jaren als illustrator en kunstenaar, dan zien we hoe verstandelijke precisie en artistieke verbeelding een combinatie aangaan die op een aangename, soms uitdagende manier balanceert tussen realisme en surrealisme. Ragfijn realisme in gedetailleerde tekeningen en aquarellen naast illusionistische elementen die de kijker aanzetten om op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken.
Nog altijd oogst haar werk in vakkringen veel lof voor de manier waarop Angela de Vrede de illustratie inzette als volwaardige kunstvorm. Waar komt het tekentalent vandaan waarmee zij naam verwierf vanwege het vermogen om complexe informatie én toegankelijk te maken én visueel aantrekkelijk?
Net als voor haar broer Han loopt er een rechte lijn naar de vader, die tekenleraar was aan het Stedelijk Lyceum in Maastricht. Van haar moeder kreeg Angela liefde en kennis voor de natuur mee. Al vroeg begon zij te tekenen, gestimuleerd door haar vader en de godsdienstdocent – een kapelaan die ook beeldend kunstenaar was – en die in haar poesiealbum schreef ‘Angela de Vrede / waarvan droom je heden?/ vast niet van je lesje! / tekenaresje’.
Van zichzelf zei ze later: ‘Ik heb een teken- maar ook een droomtalent. (…) Tekenen stond bij mij voorop als een soort drang.’ Het lag dan ook voor de hand dat ze naar de Stadsacademie in Maastricht zou gaan. De directeur stelde de mode-afdeling voor. Door toedoen van docente Nancy de Graaf-Schotel kon ze een grafische opleiding volgen gecombineerd met modetekenen. Wat jaren later ontving ze bij het afstuderen de Henriëtte Hustinxprijs, bestemd voor (ik citeer:) ‘veelbelovende jonge kunstenaars met als doel een positieve impuls te geven aan een startende beroepspraktijk.’
Angela kwam al snel aan het werk bij Prad in Amsterdam, een reclamebureau waar destijds firma’s als Albert Heijn, de Bijenkorf en de Melkunie klant waren. Anderhalf jaar later verhuisde ze weer naar Maastricht om zich twintig jaar later in het Utrechtse Bilthoven te vestigen. In de jaren ’80 en wat later kreeg zij grote bekendheid met haar vaak paginagrote illustraties die zij twintig jaar lang voor de zaterdagse katernen Wetenschap, Cicero en Traject van de Volkskrant maakte. Het was oud-stadgenote Ineke Jungschleger die haar in 1981 uitnodigde 1 om bij de krant te werken. Zij prees haar werk waarin ze mede dankzij haar grafische kwaliteiten ‘verbanden zichtbaar maakte die je op foto’s niet kon zien.’
De Vrede had oog voor het milieu, maakte veel werken voor Stichting Het Limburgs Landschap en Natuurmonumenten, en was daarmee haar tijd ver vooruit. Een groot deel van haar tekeningen wordt inmiddels bewaard in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.
Maar Angela kreeg misschien nog wel meer naamsbekendheid met de illustraties die ze in de periode na de Volkskrant maakte. Ze groeide uit tot een van de allerbekendste kinderboekillustratoren van Nederland en ontving belangrijke prijzen. Haar illustraties bij boeken van bioloog Midas Dekkers,
bekend van radio en TV, raakten razend populair bij kinderen die openstaan voor alles wat hen fascineert in de dierenwereld, vooral die van het boek ‘Botjes’, maar ook boeken als ‘Kijken met je handen’ en ‘Eten is
weten’ van dezelfde auteur. In het boek ‘Wat zie je dan?’, waarvan de ondertitel luidt ‘Schaduwspel en
-1-
spiegelingen’, illustreert zij haar zelfgeschreven teksten. Intonatie van zwart-wit, subtiele kleurstelling, wolkige tonale waardes en typografische integraties nodigen de jonge lezers uit tot mee-vertellen en steeds opnieuw kijken en ontdekken.
Daarbij zijn haar illustraties vaak niet zonder humor. Ook de oudere lezers waarderen hoe Angela de Vrede hen met veel oog voor detail en bepaald niet zonder subtiele ironie de lichaamsbouw van dieren en de structuren van bomen en planten voorschotelt in beelden die beklijven. Geraamtes huppelen in alle vrijheid naast en tussen de teksten door, mensen en dieren roepen vanwege hun meest onmogelijke houdingen op z’n minst een glimlach op, zelfs een schaterlach waar Angela heel goed in was.
Bijna twintig boeken zagen het licht; een voor een tonen ze de nuances van het leven en de natuur waarin ze taal heeft omgezet in beweging. Bioloog Dekkers prees haar vermogen om ingewikkelde biologische informatie voor kinderen (en volwassenen) te verhelderen en te ‘verluchtigen’ zonder aan nauwkeurigheid in te boeten.
Bekijken we het werk van Angela de Vrede, dan is het alsof zij ons tegemoet treedt vanuit een verborgen luister achter aaneen geschoven groene heuvels met boven het water voorbijflitsende vogels. En wij, kijkend naar de bewegingen van haar penseel tussen spiegelingen en wervelende kleuren door, zien hoe zij zich verdiepte in de diverse tinten van de inkt, als ze al schilderend een duif laat opvliegen gewichtloos boven een proestende eekhoorn door. Vlinders laat ze gedwee door bloemen heenvliegen en knipogen naar de meest geurige, onderwijl een haas grote ogen opzet bij een zich misdragende krekel en een muis ijverig bezig is een sparappel af te knagen. Terwijl de illustrator tekent, gaan we met haar mee onder het gras door, in een wirwar van bochtige gangen ontwaren we mieren, druk heen en weer sjouwend, geen oog hebben ze voor wat elders gebeurt waar regenwormen kronkelen onder de bultige poot van een snoevende haan. Een zelfverzekerd schaap kijkt ons recht in de ogen, alsof hij ons wil bevragen. Een geschrokken haas buitelt over zijn eigen schaduw heen, toont ons een moment zijn binnenste – we ontwaren een deel van zijn bottenstelsel.
En al net zo bezig is deze kunstenaar in haar vrij werk dat uit eigen initiatief en zonder opdrachtgever of strakke richtlijnen wordt gemaakt vanuit persoonlijke passie. En die ís er bij deze vrouw. Neem acrylschilderingen met titels als ‘Afstand van’, ‘Wachten op’, ’Denken aan’ en ‘Gevangen in lichaam’ waarmee zij kleurrijke en gestileerde figuren in een sterk dynamische, soms wat kubistische, expressieve houdingen afbeeldt. In dominante kleuren, overlopend naar zachtere, toont zich in zijn sculpturale vormen een lichaam in pose en tegelijkertijd in beweging. Strakke, driehoekige elementen zorgen voor visuele spanning en suggereren beweging en diepte. Maar ga zeker ook niet voorbij aan de acrylschilderingen van het schaap en de haas die in al hun volheid vragen om hun aanwezigheid, ze willen bekeken worden. En aan de diorama’s ‘Behind the screen’ en ‘Fall in memory’ in hun lichtgroene lijsten zie je de gelaagdheid van de uitgevouwen knipsels, het spel met vorm, beeld en kleur.
De werken stralen levendigheid uit, organische energie die niet los gezien kan worden van de fascinatie voor groei en transformatie. Het zegt ook iets over haar grote gevoel voor rechtvaardigheid, hoe zij met maatschappelijke betrokkenheid naar de wereld keek en zich kritisch uitliet over milieu- en natuurkwesties en over macht en overheersing. Het feit dat ze haar mailadres geef-ons-de-vrede@planet.nl noemde, zegt genoeg.
Met het veelzijdige oeuvre dat ze bij haar overlijden op 7 april 2022 achterliet, bewijst zij tevens dat de illustratie een zelfstandige, intellectuele kunstvorm is – een manier om de wereld te bevragen én te verhelderen. Haar werk leert te zien wat onopgemerkt bleef en dat rechtvaardigheid begint met het juist zien van de ander.
Het is het kijken dat alles op z’n plaats houdt.
Frans Budé
